guncelbilimci

Sabtu, 11 Mei 2019

Mini appelvlaaitjes

Mini appelvlaaitjes
Moederdag. De dag om je moeder eens heerlijk te verwennen en in het zonnetje te zetten. Als ze dat wil tenminste, want voor mijn moeder hoeft het namelijk allemaal niet meer zo. Vroeger maakte ik haar heel blij met een ontbijtje op bed of een bos bloemen, maar toen ik dit jaar aan haar vroeg wat ze graag zou willen was haar eerste antwoord  ‘niets, wat een onzin’, om vervolgens te zeggen ‘als je dan toch iets wil geven, doe dan maar wat potgrond en geraniums’. Oke. Niet het meest spetterende moederdagcadeau ooit, maar als ze daar gelukkig van wordt, word ik dat ook. 

Maar ik weet ook dat mijn moeder altijd heel blij wordt van een lekker gebakje, dus ik weet zeker dat ik vandaag een glimlach op haar gezicht ga toveren met deze mini appelvlaaitjes met slagroom. Want wat is nu er lekkerder dan de warme geur van vers appelgebak? Daarmee maak je echt van elke dag een gezellig feestje.

Tip: de vlaaivormpjes die ik gebruikt heb, zijn te koop bij www.bouwhuis.com 

Ingrediënten
  • snuf zout
  • 250 g bloem
  • 4 g gedroogde gist
  • 50 g boter, zacht
  • 3 el suiker
  • 2 eieren
  • 100 ml melk, op kamertemperatuur
  • 650 g handappels
  • ¾ tl gemalen kaneel
  • sap van ½ citroen
Extra nodig
10 kleine vlaaivormpjes van 7,5 cm doorsnee, theedoek, bakplaat
Tijd (ongeveer)
45 minuten bereiding, 25-30 minuten oven, 1 ½ uur wachten

  • Strooi een beetje zout in een kom. Zeef er 250 g bloem boven.
  • Maak een kuiltje in het midden van de bloem en strooi er 4 g gedroogde gist in.
  • Voeg 50 g zachte boter, 1 el suiker en 1 ei toe.
  • Schenk 100 ml melk op kamertemperatuur erbij en kneed met de hand, of met een mixer met deeghaken, tot een glad, soepel en luchtig deeg.
  • Kneed het deeg op een werkblad nog even goed door.
  • Plakt het deeg op dit moment nog erg aan de handen, voeg dan nog wat bloem toe. 
  • Vorm van het deeg een bal en doe het deeg terug in de kom. Bedek de kom met een vochtige doek en laat het deeg op een warme plaats 1 uur rijzen. 
  • Verwarm de oven voor op 200°C. Maak de vulling voor de vlaai.
  • Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in schijfjes. Snijd de schijfjes door de helft.
  • Doe de halve schijfjes in een kom en schep ze om met 2 el suiker, ¾ tl gemalen kaneel en het sap van ½ citroen. Zorg ervoor dat de appels allemaal bedekt zijn met de kaneelsuiker. Zet tot gebruik koel weg.
  • Kneed het deeg na het rijzen opnieuw en rol uit tot een dunne ronde lap. 
  • Snijd 10 stukken uit de lap deeg.
  • Bekleed de  vlaaivormpjes met het deeg, waarbij de helft van het deeg aan één zijde over de rand hangt. Druk het deeg goed aan.
  • Prik het deeg hier en daar in met een vork en laat nog een paar minuten rusten.  
  • Verdeel de appelschijfjes over de deegbodempjes. Druk goed aan. De appelschijfjes slinken tijdens het bakken, dus vul de vormpjes goed. 
  • Klop 1 ei los en bestrijk de randjes van het deeg met het ei. 
  • Vouw de deegflap die over de rand hangt over de appelvulling heen. Druk de randjes goed aan en verwijder het overtollige deeg. 
  • Bestrijk het deeg dun met ei en bestrooi eventueel met wat kristalsuiker.
  • Maak een paar sneetjes in de deegdekseltjes.
  • Plaats de vlaaitjes op een bakplaat en bak de vlaaitjes in het midden van de voorverwarmde oven in ca. 25-30 minuten gaar. 
  • Laat de vlaaitjes kort in hun vormpjes afkoelen en schuif ze dan op een rooster om verder af te koelen.
  • Serveer met licht gezoete slagroom.





Bron recept: gebaseerd op een recept van Janneke Philippi, Appeltaart

Label: , , , , , ,

Rabu, 12 November 2014

Abrikozenkruimelvlaai

Abrikozenkruimelvlaai
Een gebaksoort die eigenlijk altijd wel bij iedereen in de smaak valt is de Limburgse vlaai. Ik heb in mijn leven nog nooit iemand ontmoet die niet graag zijn tanden in deze lekkernij zou zetten. En hoewel vlaaien in principe overal in Nederland verkrijgbaar zijn, is en blijft het natuurlijk een echte Limburgse specialiteit: ze smaken dan ook nergens zo lekker als op Limburgse bodem. Wanneer ik op bezoek ben in deze mooie provincie, zal ik ook altijd proberen een moment te vinden waarop ik kan smullen van een puntje vlaai. Toen ik afgelopen zomer met mijn moeder in Maastricht was, hebben we op meerdere terrasjes mogen genieten van een puntje appel-, rijste- of kersenvlaai. Heerlijk! 

De smaak van zo’n echte verse Limburgse vlaai van een ambachtelijke bakker is natuurlijk niet te evenaren of te overtreffen, maar dat heeft mij er nooit van weerhouden zelf vlaaien te bakken. 

En omdat mijn honger naar vlaai na het bezoekje aan Maastricht nog niet gestild was, ben ik zelf maar weer eens aan de slag gegaan in mijn keuken. Een kruimel- en een kersenvlaai stonden al heel lang op mijn to-do lijstje, dus na kort wikken en wegen besloot ik mezelf deze keer aan een abrikozenkruimelvlaai te wagen (naar een recept van Gaitri Pagrach-Chandra, Het Nederlands Bakboek). Het resultaat met zijn afwisselende smaken en texturen was echt fantastisch. Op de dunne bodem van gistdeeg ligt een zachte & zoete pudding met frisse abrikozen. Het geheel wordt bedekt met een laag goudbruine knapperige kruimels. Heerlijk genieten. 

Tip: In plaats van zelfgemaakte vanillepudding, kun je er ook voor kiezen om de bodem met abrikozenmoes te vullen en hierop de abrikozenhelften te schikken. Was voor deze moes 440 g gedroogde abrikozen en breng ze met 3 dl water aan de kook. Laat ze een half uur koken. Voeg vervolgens 65 g kristalsuiker toe en laat de abrikozen nog 10 minuten koken. Laat de abrikozen goed uitlekken (vang het vocht op) en pureer ze, als ze zijn afgekoeld,  in een keukenmachine. Voeg eventueel nog wat van het opgevangen vocht toe. Bestrooi de vlaaibodem voordat je de moes erop giet met paneermeel. 


Ingrediënten
  • 600 ml volle melk
  • 11 g gedroogde gist
  • snufje zout
  • 450 g bloem
  • 180 g boter
  • 3 el vanillesuiker
  • 4 eierdooiers
  • 40 g maïzena 
  • 1 vanillestokje
  • 100 g kristalsuiker
  • 100 g fijne kristalsuiker
  • 490 g abrikozenhelften uit blik (uitlekgewicht)
Extra nodig
Vlaaivorm (eventueel met uitneembare bodem) of springvorm van ca. 26-28 centimeter doorsnee, huishoudfolie, keukenpapier
Tijd (ongeveer)
60 minuten bereiding, ca. 40 minuten oven, 2 uur wachten


  • Maak 100 ml volle melk lauw (absoluut niet te warm/heet) en los de gist erin op. 
  • Doe het snufje zout onder in een grote kom en zeef er 200 g bloem boven. 
  • Maak een kuiltje in de bloem en voeg 30 g zachte boter, 2 eetlepels vanillesuiker en 1 eierdooier toe.
  • Schenk het gist-melk-mengsel erbij. 
  • Kneed het geheel met de hand tot een glad, soepel en luchtig deeg.
  • Kneed het deeg dan nog even goed door op een werkblad. Als het deeg erg aan je handen plakt kun je nog een klein beetje extra bloem toevoegen. 
  • Leg het deeg in een kom en bedek deze met een vochtige (thee)doek. Laat het deeg op een warme plaats ongeveer een uur rijzen of tot het volume is verdubbeld.
  • Maak ondertussen de vulling voor de vlaai.
  • Doe de maïzena samen met 100 ml volle melk in een kommetje en meng dit goed door elkaar.
  • Voeg 3 eierdooiers toe en klop het mengsel glad.
  • Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. 
  • Doe 400 ml volle melk samen 100 g kristalsuiker, het vanillemerg en het opengesneden vanillestokje in een steelpan. 
  • Breng de melk aan de kook, draai het vuur laag en verwijder het vanillestokje. 
  • Schenk al roerend een flinke scheut van de hete melk bij het maïzena-mengsel. 
  • Schenk dit papje in de steelpan en draai het vuur iets hoger. 
  • Verwarm het mengsel al roerend met een garde tot het zo dik is als vla. Dit duurt niet heel erg lang. 
  • Haal de pan van het vuur, giet de pudding in een wijde lage kom en dek deze af met huishoudfolie. 
  • Doe 250 g bloem samen met 100 g fijne kristalsuiker en 1 eetlepel vanillesuiker in een grote kom en meng deze ingrediënten goed door elkaar met een garde.
  • Smelt 150 g boter, laat het iets afkoelen en giet het over de droge ingrediënten in de kom. 
  • Meng alles licht door elkaar met een vork, tot alle boter is geabsorbeerd en er geen losse bloem meer te zien is.
  • Meng alles luchtig, zonder druk uit te oefenen, met je vingertoppen door elkaar tot je kleine klontjes van wisselend formaat hebt. 
  • Zet de kom met kruimels tot gebruik in de koelkast.
  • Laat de abrikozenhelften goed uitlekken.
  • Verwarm de oven voor op 180°C. Vet de vlaaivorm lichtjes in. 
  • Haal het vlaaideeg uit de kom, sla het terug en kneed het weer glad. 
  • Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad uit tot een dunne ronde lap en bekleed er de vlaaivorm mee. Prik de bodem op meerdere plaatsen in met een vork.
  • Dek het deeg losjes af met licht ingevette huishoudfolie en laat het, op kamertemperatuur, op een houten (snij)plank ca. 10 minuten rusten (de plank dient als isolatie tegen een eventueel koud aanrecht). 
  • De bodem is klaar voor gebruik als hij net een beetje begint uit te zetten. 
  • Roer de pudding goed door, schep hem op de bodem en strijk de bovenkant mooi glad. 
  • Dep de abrikozenhelften droog met keukenpapier en schik ze, met de bolle kant naar boven, op de pudding. 
  • Haal het kruimelstrooisel uit de koelkast en strooi dit gelijkmatig over de abrikozenhelften. 
  • Bak de vlaai ca. 40 minuten in de voorverwarmde oven, tot de bovenkant licht goudbruin is. 
  • Laat de vlaai 5 minuten afkoelen in de vorm en haal hem er dan voorzichtig uit. 
  • Laat hem volledig afkoelen op een rooster. 
  • Bewaar de vlaai goed afgedekt in de koelkast en serveer hem op kamertemperatuur.


Label: , , , , , ,

Sabtu, 18 Oktober 2014

Hot Cross Buns

Hot Cross Buns (zoete broodjes)
Nu vraag je jezelf misschien af waarom ik in de maand oktober ‘hot cross buns’ maak: zijn dit namelijk niet broodjes die je gewoonlijk met Pasen eet? ... Ja, dat zijn het inderdaad. 'Hot cross buns' worden in een aantal (voornamelijk Engels-sprekende) landen traditioneel op Goede vrijdag of eerste Paasdag gegeten. Hier in Nederland staan deze broodjes in de paasperiode niet standaard op het menu. Met enig schaamrood op de kaken moet ik dan ook bekennen dat ik niet van deze paastraditie op de hoogte was en ze afgelopen week gewoon gebakken heb.

In het bakboek Modern Classics 2 van Donna Hay zat namelijk al lange tijd een post-it note bij dit recept voor 'zoete broodjes' geplakt. Dus toen vorige week het thema bij Heel Holland Bakt 'brood' was, leek het mij een leuk idee om eindelijk eens deze schattige broodjes te maken.

Het bakken van brood is niet iets wat mij echt heel goed ligt, maar omdat Robèrt van Beckhoven (jurylid bij HHB) vindt dat je geen echte thuisbakker bent als je geen brood kunt bakken, blijf ik het toch zo nu en dan proberen. En het recept voor deze ‘hot cross buns’ zag er eenvoudig genoeg uit voor een beginnend broodbakker als ik. Gelukkig bleken ze ook redelijk simpel om te maken. Nu had ik natuurlijk nog een half jaar kunnen wachten voordat ik deze zoete broodjes met jullie ging delen, maar ze smaken zó lekker dat ik het niet netjes vond om het recept al die tijd voor mezelf te houden. 

Deze verrukkelijke zoete broodjes, verrijkt met rozijnen en op smaak gebracht met specerijen, zijn echt een fantastische manier om een luie zondagochtend mee te beginnen. Alleen al de zoete geur tijdens het bakken is om van te smullen. Je hebt ze helaas niet een-twee-drie op tafel staan omdat ze twee keer moeten rijzen, maar ze smaken ook heerlijk bij de brunch of lunch. Serveer ze in ieder geval altijd warm. 


Ingrediënten
  • 1 el gedroogde gist
  • 220 g fijne kristalsuiker
  • 375 ml volle melk
  • 710 g bloem, gezeefd
  • snufje zout
  • 4 ½ tl speculaaskruiden
  • 2 tl kaneelpoeder
  • 50 g boter, gesmolten
  • 1 ei
  • 300 g rozijnen
  • 50 g oranjesnippers (eventueel)
  • 4 blaadjes witte gelatine
Extra nodig
Vierkant bakblik van 24 x 24 centimeter, bakpapier, spuitzak, vochtige theedoek
Tijd (ongeveer)
35 minuten bereiding, 1 ½ uur wachten, 35 minuten oven


  • Verhit de melk in een steelpan tot lauwwarm en los de gist erin op. 
  • Zeef 635 g bloem boven een kom. Maak een kuiltje in de bloem en strooi het zout over de rand.
  • Doe het melk-mengsel samen met 110 g fijne kristalsuiker, de speculaaskruiden, het kaneelpoeder, de gesmolten boter, het ei, de rozijnen en eventueel de oranjesnippers in het kuiltje in de bloem. 
  • Kneed de ingrediënten in de kom tot één geheel.
  • Haal het deeg uit de kom en kneed het op een licht bebloemd oppervlak ongeveer 10 minuten, tot een mooi elastisch deeg
  • Leg het deeg in een ingevette kom, bedek deze met een vochtige theedoek en laat het 1 uur op een warme plek staan, of tot het is verdubbeld in omvang. 
  • Verdeel het deeg in 12 gelijke stukken en rol er ballen van.
  • Vet een vierkant, met bakpapier bekleed bakblik van 24 centimeter in. 
  • Leg de deegballen in het blik. 
  • Bedek ze met een schone doek en zet nog 30 minuten op een warme plek of tot ze gaan rijzen. 
  • Verwarm de oven voor op 200°C. 
  • Meng 75 g bloem met 75 g water, doe dit in een spuitzak en spuit kruisjes over de broodjes. 
  • Bak de broodjes ca. 35 minuten, of tot ze mooi bruin en veerkrachtig zijn. 
  • Maak terwijl de broodjes in de oven staan het glazuur. 
  • Roer 110 g fijne kristalsuiker en 60 ml water in een steelpannetje op laag vuur tot de suiker is opgelost. 
  • Voeg 4 blaadjes gelatine toe en kook het mengsel 1 minuut, draai het vuur uit en laat iets afkoelen. 
  • Bestrijk de broodjes direct uit de oven met het nog warme glazuur. 
  • Serveer de broodjes warm met boter.

Label: , , , , , , , , , ,